De beweging naar betere databeschikbaarheid in zorg en ondersteuning vraagt om veel meer dan alleen technische standaarden. Aan de hand van de serious game ‘Transitie naar databeschikbaarheid’ wordt duidelijk: niemand lost deze opgave alleen op. Om de administratieve lasten echt te verlagen en de cliënt centraal te stellen, moeten we niet alleen taal, maar ook onze belangen durven delen. Juist die openheid blijkt een belangrijke voorwaarde voor vertrouwen en succesvolle samenwerking in de keten.

Aan de slag met Eenheid van Taal
Een gezamenlijke taal is een belangrijke voorwaarde om gezondheidsinformatie sectoroverstijgend beschikbaar, uitwisselbaar en herbruikbaar te maken. Daarom is Eenheid van Taal sinds 2018 verankerd in landelijke ontwikkelingen zoals de Nationale Visie op het Gezondheidsinformatiestelsel (NVS), de Wegiz en de European Health Data Space (EHDS).
SNOMED speelt hierin een centrale rol. Door zorginformatie vast te leggen en uit te wisselen met SNOMED krijgen gegevens overal dezelfde betekenis. Daarmee groeit de erkenning van SNOMED als nationale en internationale standaard voor semantische interoperabiliteit.
Volgens Luud Reuter, adviseur Strategie & Advies bij Nictiz, verschuift de aandacht steeds meer van visie naar uitvoering. Vanuit haar rol als National Release Center ondersteunt Nictiz zorgorganisaties en leveranciers bij de implementatie van SNOMED. Daarbij ligt de focus op de afspraken, hulpmiddelen en stappen die nodig zijn om de toepassing in de praktijk mogelijk te maken.
Binnen een gezamenlijke aanpak werken zes sectoren aan deze opgave: de jeugdgezondheidszorg, huisartsenzorg, medisch-specialistische zorg, paramedische zorg, jeugdzorg en VVT. Nictiz ondersteunt deze samenwerking met kennis, praktische handvatten en een implementatieaanpak die aansluit bij de dagelijkse praktijk.
Het belang van context en praktijkgerichtheid
Platform IZO geeft bij deze doorontwikkeling belangrijke nuances mee. Arenda Jansen (CNIO bij IJsselheem en platformlid vanuit V&VN) benadrukt dat voor de verpleegkundige praktijk het ‘tussenstuk’ essentieel is: de reden waarom een verpleegkundige handeling wordt verricht. Zonder de klinische redenering en de context achter een diagnose verliest data haar waarde voor de zorgverlener.
Niels Caro (strategisch adviseur bij Nictiz) schetst daarbij dat de overgang naar SNOMED in een transitiefase zit en stapsgewijs verloopt. In deze hybride fase blijven verschillende manieren van vastleggen tijdelijk naast elkaar bestaan.
De kloof tussen zorg en het sociaal domein
Een complex vraagstuk blijft de aansluiting met het sociaal domein. Janine Booij (beleidsadviseur bij VWS) en Han Huizinga (beleidsadviseur bij VGN) wijzen op de fundamenteel verschillende werelden: SNOMED is zorginhoudelijk, terwijl de codes in de Wmo en de langdurige zorg vaak financieel-administratief gedreven zijn.
"SNOMED is zorginhoudelijk. Productcodes in de Wmo zijn financieel gedreven. Valt dat op elkaar te plotten?"
Lessen uit de praktijk: de serious game
Dat het leggen van deze puzzel in de praktijk weerbarstig is, blijkt tijdens de serious game ‘Transitie naar Databeschikbaarheid’. Deelnemers stappen uit hun vertrouwde rol en in de schoenen van een zorgverlener, leverancier, beleidsmaker of standaardmaker. De game helpt hen naar eigen zeggen om de complexe werkelijkheid te doorgronden en het goede gesprek met elkaar te voeren.
De game maakt de onderlinge afhankelijkheid zichtbaar. Iedereen werkt aan een deel van de puzzel, maar niemand kan het geheel alleen leggen. Platformleden geven aan: “Zonder samenwerking kom je nergens. Belangen kunnen botsen, maar iedereen is van goede wil.”
Het spanningsveld op de werkvloer
In het nagesprek valt op dat zorgverleners vaak nog bezig zijn hun exacte processen en informatiebehoefte scherp te krijgen, terwijl leveranciers en standaardmakers al staan te popelen om de systemen en uitwisselingen in te richten. Dit spanningsveld is typerend voor de huidige transitie.
Als we niet oppassen, kunnen er oplossingen ontstaan die te ver afstaan van de werkvloer, of die juist voor extra registratiedruk zorgen. Dat brengt het veld verder van het doel af. De game maakt tegelijkertijd duidelijk hoe afhankelijk partijen van elkaar zijn bij het realiseren van databeschikbaarheid. Arenda Jansen verwoordt het treffend: “We zitten overal op elkaar te wachten voor een stukje wat wij nodig hebben binnen ons proces. En als er eentje niet uit komt, dan komt niemand er meer uit.”
Van chaos naar samenwerking
Waar de deelnemers aanvankelijk vooral chaos ervaren, ontstaat gaandeweg meer samenwerking en begrip voor elkaars positie. “We hebben elkaar echt nodig en moeten met z’n allen open met elkaar samenwerken om dingen gedaan te krijgen,” aldus een van de spelers.
Toch missen de spelers nog een aantal cruciale puzzelstukken. Marijke Mulder, sinds kort adviseur bij Nictiz en afkomstig uit de standaardisatie van de fysieke bouwwereld, mist het puzzelstuk ‘governance’: “Wie heeft de regie?”. Deze roep om regie is niet incidenteel; uit de evaluatie blijkt dat deelnemers snakken naar meer concrete handvatten rondom governance, domeinoverstijgende databeschikbaarheid en het opbouwen van onderling vertrouwen.
Niels Caro vult aan dat de transitie momenteel sterk afhankelijk is van een ‘coalition of the willing'. Als een partij niet bereid is mee te bewegen, zijn er weinig middelen om hen de juiste kant op te krijgen. Han Huizinga benadrukt dat ook de manier van bekostiging moet veranderen: samenhangende financiering zou de transitie enorm helpen, in plaats van de huidige focus op losse ‘puntoplossingen’.
Conclusie: maak belangen expliciet
De belangrijkste sleutel voor een succesvolle transitie is openheid. Verschillen in belangen zijn immers niet het probleem, zolang ze maar niet impliciet blijven. Door ze transparant op tafel te leggen, ontstaat er begrip en onderling vertrouwen.
Platform IZO trekt na de game een eenduidige conclusie: “Openheid is heel belangrijk. Zorg dat anderen niet hoeven te gissen naar jouw belangen.” Arenda Jansen vult aan: "Door belangen open op tafel te leggen, boosten we het onderlinge vertrouwen. We vinden elkaar in het zo goed mogelijk willen regelen voor cliënten en zorgprofessionals. En zien daarbij dat alle invalshoeken, van de NZa tot de zorgkantoren en van aanbieders tot softwareleveranciers, daarvoor nodig zijn."
Databeschikbaarheid is geen technisch feestje, maar een gezamenlijke ketenopgave. Platform IZO roept alle partijen op om de dialoog open aan te gaan. Alleen door samen te bouwen en elkaars afwegingen te kennen, realiseren we een informatievoorziening die de zorgprofessional écht ontlast en de cliënt verder helpt.
Bekijk ook
- De presentatie over Eenheid van Taal van Luud Reuter
- Meer informatie over de serious game ‘Transitie naar databeschikbaarheid’
Over Platform IZO
Twintig organisaties werken in Informatievoorziening Zorg en Ondersteuning (IZO) samen om de samenhang in de langdurige zorg en ondersteuning te bevorderen. Platform IZO komt maandelijks samen om koers te zetten richting het netwerkperspectief.