‘De techniek is er al, laten we gebruikmaken van wat werkt’. Dat was de kernboodschap van Hans Niendieker, bestuurder bij HINQ. Op de Platform IZO-bijeenkomst van december gaf Hans een presentatie over de vraag hoe netwerkzorg vandaag al mogelijk is wanneer databeschikbaarheid het vertrekpunt is. Niet als toekomstbeeld, maar als bestaande praktijk.

Begin bij het vraagstuk, niet bij de applicatie
Netwerkzorg start niet met technologie, maar met een concreet zorgvraagstuk. Wie zijn betrokken, welke informatie is nodig en waar ligt die vast? Pas daarna volgt de keuze voor applicaties. Die volgorde vraagt om een stevig technisch fundament waarin gegevens eenmalig worden vastgelegd, bij de bron blijven en meervoudig beschikbaar zijn voor primair en secundair gebruik.
Dat is precies waar HINQ zich positioneert: als fundament voor databeschikbaarheid in netwerkzorg. Geen losse viewer of omgeving, maar een ecosysteem dat federatief datadelen mogelijk maakt.
Wat HINQ doet, en vooral: hoe
HINQ is de coöperatieve zorginstelling voor databeschikbaarheid en hybride netwerkzorg. HINQ faciliteert federatief datadelen via standaarden en afsprakenstelsels. Gegevens blijven in het bronsysteem, maar zijn veilig en contextafhankelijk, (boven)regionaal beschikbaar voor wie ze nodig heeft. Daarmee fungeert HINQ als een data-ontkoppelpunt voor meervoudig gebruik door de cliënt of patiënt, zorgprofessionals in het zorgnetwerk, onderzoekers en beleidsmakers. Het biedt één ontsluitpunt in plaats van talloze maatwerkkoppelingen, met verantwoordelijkheid bij de bronhouder.
Dat netwerkperspectief sluit aan op generieke functies en landelijke afspraken, zoals MedMij, Nuts, Twiin en Koppeltaal. De kracht zit niet in één component, maar in de samenhang van het geheel.
Naast databeschikbaarheid faciliteert HINQ hybride netwerkzorgprocessen waarin professionals in het zorgnetwerk digitaal samenwerken met de cliënt of patiënt. Denk dan aan het uitzetten van vragenlijsten, taken voor thuismeetopdrachten of het aanbieden van educatie/e-health modules. Ook dit gebeurt op basis van standaarden en afsprakenstelsels.
Bewezen in de praktijk: van geboortezorg naar netwerkzorg
HINQ is geen theorie. In de geboortezorg wordt het fundament al breed gebruikt via het landelijke programma Babyconnect, inmiddels doorontwikkeld tot Blinkz. Het laat zien dat bovenregionaal kán, met landelijke oplossingen en informatiestandaarden.
Hans: “De geboortezorg is bij uitstek domeinoverstijgend: ziekenhuiszorg, eerstelijnszorg, kraamzorg en jeugdgezondheidszorg en het sociaal domein komen samen. Het gaat dan niet alleen om de databeschikbaarheid en de geboortzorgviewer zoals nu al in bijna alle regio’s operationeel, maar ook om de ondersteuning van complexere zorgvraagstukken. Als een zwangere multiproblematiek heeft, bijvoorbeeld gezondheidsproblemen, een psychische stoornis, opvoedproblemen en schulden, zijn er veel sectoren en meerdere domeinen betrokken.” Databeschikbaarheid is dan essentieel maar samenwerking in hybride netwerkzorg is evenzo essentieel.
Diezelfde principes worden toegepast in andere zorgnetwerken, zoals de samenwerking tussen huisartsenzorg en VVT of persoonsgerichte netwerkzorg rond patiënten met chronische aandoeningen. Daarmee wordt duidelijk: HINQ is niet domeinspecifiek, maar geschikt om breed uit te rollen in zorg en ondersteuning.
Eén gedeeld zorgbeeld: DWAAN!
Hoe dat er in de dagelijkse praktijk uitziet, laat het Friese initiatief DWAAN! zien. De wijkverpleegkundige die pijnscores moet delen met de huisarts, eindeloos bellen en mailen, gegevens kopiëren en plakken: het leidt tot twijfel en frustratie. DWAAN! doet het anders. Via de Zorgviewer van HINQ kijken huisarts, diens praktijkondersteuner en de wijkverpleegkundige naar hetzelfde, actuele zorgbeeld. Geen dubbel werk, geen misverstanden. Dat levert rust, vertrouwen en betere samenwerking op. De zorg wordt menselijker, het werk overzichtelijker.
‘DWAAN’ staat voor Duurzaam, Werkbaar, Actueel, Actie en Netwerkzorg en is Fries voor ‘doen’. Databeschikbaarheid is geen abstract beleidsdoel, maar raakt direct aan werkplezier, vertrouwen en kwaliteit van zorg.

Flexibel en contextafhankelijk werken
Tijdens de bijeenkomst werd vanuit het perspectief van zorgverzekeraars de vraag gesteld of de zorgnetwerkomgeving (ZNO) een flexibel portaal is. Platformlid Mark Boon (Zorgverkeraars Nederland) vroeg zich af of het portaal zich kan aanpassen aan verschillende gebruikers.
Het antwoord van Hans was bevestigend: wat ZNO toont is contextafhankelijk. De onderliggende data is echter non-concurrentieel beschikbaar voor zowel de patiënten als voor de zorgverleners in het zorgnetwerk. Een cliënt ziet een voor hem/haar relevant deel en data op een begrijpelijke wijze. Die informatiebehoefte is anders dan voor een huisarts, en voor een wijkverpleegkundige weer iets anders. Zo ondersteunt de ZNO samenwerking in het netwerk, zonder iedereen te overladen met informatie.
Verbinding met andere platformen
Netwerkzorg stopt niet bij de zorg. Via de integratie van de netwerkcommunicatie (van OZO Verbindzorg is HINQ ook verbonden met het sociaal domein, waar inmiddels zo’n tachtig gemeenten zijn aangesloten. OZO faciliteert netwerkcommunicatie en informele afstemming tussen professionals en betrokkenen en faciliteert laagdrempelige samenwerking in zorg- en sociaal domein
Volgens Evert Dekkers, platformlid vanuit het Ketenbureau i-Sociaal Domein, doet HINQ denken aan de dienst MDO van VECOZO. Deze dienst biedt landelijke digitale ondersteuning bij multidisciplinair overleg en fungeert als centraal platform en standaard voor samenwerking in zorg en netwerkzorg. In reactie daarop gaf Hans aan dat de MDO-dienst goed kan aansluiten op het ecosysteem van HINQ. Daarmee benadrukte hij dat HINQ niet bedoeld is als gesloten oplossing, maar juist als fundament waarop bestaande en bewezen landelijke voorzieningen kunnen meebewegen in een open eco-systeem. Zo groeit een samenhangend netwerk zonder nieuwe ‘eilandoplossingen’.
Wat levert het op?
De opbrengsten zijn concreet en herkenbaar. Minder fouten doordat kritieke data actueel en gestandaardiseerd beschikbaar is. Minder administratieve lasten omdat zoeken, overtypen en nabellen verdwijnen. Betere samenwerking doordat alle betrokkenen naar hetzelfde zorgbeeld kijken. Meer regie voor cliënten via één digitale voordeur en inzicht in eigen gegevens. En een stevige basis voor secundair gebruik, zoals kwaliteitsverbetering en capaciteitsmanagement.
Een belangrijk neveneffect is dat organisaties elkaar gaan aanspreken op datakwaliteit zodra data deelbaar wordt. Dat versterkt de verantwoordelijkheid bij de bron en verhoogt de betrouwbaarheid van het geheel.
Landelijke schaal vraagt om regie
In de gesprekken kwam ook de vraag naar schaal en continuïteit nadrukkelijk naar voren. Michel Driel, te gast vanuit het CIZ, benadrukte dat brede uitrol geen luxe is, maar noodzaak. Zijn boodschap: organiseer dit landelijk en zorg dat gemeenschapsgeld doelmatig wordt besteed.
Tegelijkertijd werd duidelijk dat goede voorbeelden laten zien dat landelijke oplossingen werken. Waar regionale inrichtingen het risico op versnippering vergroten, tonen programma’s als Babyconnect aan dat domeinoverstijgende databeschikbaarheid met één fundament wél haalbaar is. De onderliggende boodschap is bewust impliciet maar helder: bouw voort op wat er al is, organiseer het duurzaam en voorkom dat er telkens opnieuw wordt ontwikkeld. Laten we de principes van #proudlycopiedfrom dus omarmen,
Gebruik wat er al is
HINQ laat zien dat databeschikbaarheid geen belofte voor later hoeft te zijn. Het werkt al: bijvoorbeeld in de geboortezorg, tussen huisarts en VVT, en in verbinding met het sociaal domein. Onder de leden van Platform IZO klinkt de wens om voort te bouwen op wat er al is, en niet telkens opnieuw te beginnen omdat er eerder middelen zijn ingezet.
Die gedachte werd tijdens de bijeenkomst verwoord door Hans zelf. Vanuit zijn ervaring als bestuurder bij HINQ, en als deelnemer aan de CumuluZ-PZP coalitie, pleitte hij voor meer samenhang en landelijke regie:
“Maak van HINQ een publieke landelijke infrastructuur. Voor mijn part noem je het CumuluZ.”
Niet als pleidooi voor een nieuw label, maar als oproep om bestaande fundamenten te benutten en te verbinden.
Voor bestuurders en beleidsmakers is dit een uitnodiging om het gesprek te voeren aan besluitvormende tafels: kies bewust voor wat werkt, deel die kennis, en maak netwerkzorg vandaag mogelijk zonder onnodige versnippering. #proudlycopied – niet uit gemak, maar uit verantwoordelijkheid.
Bekijk ook
De presentatie HINQ en domeinoverstijgende databeschikbaarheid van Hans Niendieker.
Over Platform IZO
Om de samenhang in de informatievoorziening in de langdurige zorg en ondersteuning te bevorderen, werken negentien organisaties samen in Informatievoorziening Zorg en Ondersteuning (IZO). Platform IZO vindt maandelijks plaats en richt zich voornamelijk op programmalijnen die werken richting het netwerkperspectief.